Bijlwerpen - Wedstrijdreglement

De afstand in rechte lijn van de werplijn naar de roos op de werpschijf is 20’ (6.1 m). De werper mag de werplijn niet passeren voordat de bijl het doel heeft geraakt of gemist. Dit wordt gecontroleerd door de lijnrechter. De bijl moet minimaal één keer om de eigen as draaien, er mag zich maar 1 snijvlak in het hout bevinden en de steel moet omlaag gericht zijn als het snijvlak van de bijl in de schijf zit. Valt de bijl op de grond of mist de bijl de schijf, dan levert dit geen punten op. Het is voldoende als het bovenste snijvlak de buitenkant van een lijn van een scorevlak op de schijf raakt. Het onderste snijvlak mag de werpschijf niet raken.

Tijdens de wedstrijden dienen oefenschijven beschikbaar te zijn. Wanneer geoefend wordt op doelen die bestemd zijn voor de wedstrijd leidt dit automatisch tot diskwalificatie. Voorgeschreven afstanden, maten en gewichten staan hironder vermeld.
1: 20' (6,1 m)
2: 60'' (1,5 m)
3a | 3b: Bovenste snijvlak raakt de werpschijf


Roos= 15 punten
1e ring=2 punten
2e ring= 5 punten
3e ring= 8 punten
4e ring= 12 punten (buitenste ring)
De totale score van 3 worpen geldt als eindresultaat.



Dubbelzijdige Vlinder- of Werpbijl
1: Min. 24'' (610 mm)
2: Max. 6'' (152 mm)
Gewicht: min 2 ½ lb (1134 gram incl steel)



Doel
1: 4'' (102 mm)
2: Ø = 18'' (450 mm)